+

In een tuinwijk met erfgoedwaarde werd een woongebouw met acht flats verbouwd tot vier gestapelde maisonettes. Het gebouw had twee trappenhuizen, die als torens het mansardedak inlijsten en met een karakteristiek profiel boven de buren uitstaken, en twee erkers van twee lagen hoog. De onderste maisonettes kregen een nieuwe voordeur in de erker. De bestaande trappenhuizen ontsluiten alleen nog de bovenste maisonettes, wat tegelijk een economische ontwerpkeuze en een royale woonervaring is. Ook meer algemeen is er naar gestreefd het historische karakter als een ontspannen luxe in te zetten.

De woonlagen zijn de begane grond, aansluitend op een ruime tuin, en de dakverdieping, waar het mansardedak aan de voorkant plaats ruimde voor een terras met uitzicht over de haven. De eerste en de tweede verdieping bevatten de nachtgedeeltes. De gedecoreerde baksteen voor- en zijgevels, de kleurstelling, de houten vloerconstructies, de granito trappen en de kelders werden behouden. De rest werd aangevuld, met gering architecturaal contrast, om het bestaande gebouw aan het nieuwe woonprogramma aan te passen. Nieuwe openingen in de achtergevel werden overspannen met witte betonnen, vertande lateien, gelijkend op die van de voorgevel. Symmetrisch opendraaiende ramen werden vervangen door asymmetrische, die binnen de gegeven raamopeningen ruimer aanvoelen.Ā  Een bouwvallige achterbouw met gestapelde terrassen is gesloopt en vervangen door een achterhuis met zadeldak voor de twee onderste, zich in de tuinwijk voegende maisonettes. Zo kregen alle vier de woningen niet alleen een kelder, maar ook een zolder. De gemetselde traveeĆ«nstructuur is bewaard, maar in de woonlagen opengebroken om ruime, moderne woonruimtes te maken. In deze vloeiende ruimtes tekent de oude structuur zich af als een balkenkruis met verstrengelde (beneden) of gestapelde (boven) draagrichtingen.

opdrachtgever: AG Vespa
projectarchitect: Joost Raes
2008-2011