+

In een mythische denktrant kunnen plaatsen uniek en sacraal zijn: hun bijzondere betekenis is niet overdraagbaar naar een andere plaats. Heidense heiligdommen zijn gedoopt tot kerken, kerken veranderd in moskeeën: de namen wisselden, maar de sacrale plek bleef. In de vandaag dominante rationalistische denktrant zijn plaatsen verhandelbaar en inwisselbaar. De christelijke leer vertoont overeenkomsten met de rationalistische opvattingen en hecht geen bijzondere waarde aan plaatsen: de leerlingen breken het brood “in één of ander huis”. Als we hen zouden navolgen, zouden we dus geen kerken, en al helemaal geen machtige, het dorp overheersende kerken bouwen. Het huis van de leerlingen zou ingebouwd tussen de andere huizen liggen.

Maar door onze rationalistische denktrant schemert een mythisch heimwee. In een wereld waar alles zijn nut en zijn prijs heeft, verlangen we naar vrijplaatsen waar het onbenoembare kan huizen, plaatsen die zich aan de handel van doel en middel onttrekken. Dat kan niét zomaar in om het even welk huis. De in de mythe levende mens kon met een eenvoudig teken sacrale plekken stichten. De rationele mens, die zowat alles kan maken, kan net dat niet meer. In zijn heimwee naar het sacrale moet hij zijn actie staken, zich ontvankelijk opstellen, koesteren wat er nog is. Het verlangen naar een sacrale plek ligt buiten de macht van de architectuur.

De omtrek van de kerk van Waarschoot bakent een vanouds aan het onbenoembare gewijde ruimte af, een ruimte waar geboorte, leven en dood onafgebroken werden herdacht. Deze ruimte is zonder twijfel te groot voor bijeenkomsten van enkele honderdtallen: de nieuw te bouwen kerk zal de sacrale ruimte niet helemaal in beslag nemen. Maar ze is niet te groot voor het onbenoembare. Slopen we de oude scheidslijn tussen het profane en het sacrale, dan wordt de plek onttoverd en verdwijnt het sacrale. Het kan niet worden gereproduceerd en is voorgoed verloren: voor de kerkgemeenschap, maar ook voor allen daarbuiten.

opdrachtgever: gemeente Waarschoot
2003