+

Dit is een huis dat iedereen kent: twee opeenvolgende kamers, een lang achterhuis met ernaast een koer, en daarachter een tuin. Wat aan het huis schortte was niet deze vertrouwde typologie, maar de gebrekkige relaties tussen de delen.

Het achterhuis werd gesloopt en op een betonplaat werd een nieuw achterhuis gebouwd, even groot als het eerste. De onzekere fundering bleef als vorstrand bewaard. De deuk in het volume maakt koer en achterhuis complementair. De woonkamer in het voorhuis kijkt op beide tegelijk. Deur en raam van het achterkamertje halen als een lens de tuin naar voor. Binnen en buiten, veraf en dichtbij zijn met elkaar in verband gebracht.

opdrachtgever: Simoens-Lefebvre
1991-1992