+

Situatie. Langs de uitvalswegen van Gent voltrekt zich de typologische verschraling van de stad: de hechte îlots van de binnenstad maken plaats voor diffuse lintbebouwing. Zo ook langs de Lange Violettestraat – Brusselsepoortstraat. Alleen het begijnhof en De Hollain, vormen kernachtige figuren in het lint en benutten heel hun perceel.

Op de plaats van de kazerne zullen sociale woningen worden gebouwd. De geometrische figuur moet een typologisch brandpunt worden, de gesloten kazerne een open wijk.

Het pesthuis, een historisch gebouw van onduidelijke origine, wil de opdrachtgever bewaren. Wat de kazerne betreft, ontdekten wij achter de naargeestige gevels een architectonische troef: de gewelven van de paardenstallen. Het ligt voor de hand hun ruimtelijkheid en hun stevigheid in de nieuwbouw te benutten.

Typologie. Een dicht weefsel in laagbouw, met wisselende hoogtes, langgerekt in noord-zuid richting, gecomprimeerd in oost-west richting.  Geen Stralende Stad hoog boven de grond, maar een intensief gebruik van het maaiveld. Geen rigide strokenplan, maar een waaier van woonsituaties. Een poort waardoor men achterhuizen ziet. een onderdoorgang, dan een hofje. Patiowoningen en appartementen gecombineerd. De hogere verdiepingen zijn naar de avondzon of naar de Nederschelde gericht.

Morfologie. De compacte bebouwing laat een ruime parkstrook vrij, ruimtelijk nog verbreed door de rivier. Noord-zuid lijnen en de loodlijn op het kruispunt verdelen het weefsel in vier. Een brugje voert naar het jaagpad aan de overkant en neemt de wijk op in lange wandelingen langs het groen en het water van Gent.

opdrachtgever: Gentse Mij. voor Huisvesting
in samenwerking met: Marleen Goethals
1993