+

Op Linkeroever is de grens tussen de laagbouw tuinwijk en de hoogbouw tuinwijk scherp. Voor het Intergenerationeel project Linker Oever worden percelen in de hoogbouwwijk geactiveerd. Hun volumetrie en typologie negeert de opdeling tussen hoog- en laagbouw. In de open ruimte gebeurt hetzelfde: de uitgestrekte parken worden aangevuld met kleinere, toeëigenbare tuinen, straten en pleintjes. Door eigenschappen van de hoogbouwwijk en de laagbouwwijk te mengen, en aan te vullen met nieuwe ruimtetypes ontstaat een meer gemengde, minder gesegregeerde stadsvorm.

Het WZC is een laag gebouw met een grote voetafdruk, zodat zo veel mogelijk kamers uitgeven op de tuinen. Zo ontstaat de mogelijkheid om de fitste bewoners een kamer met toegang tot de tuin te geven. Zelfredzame bewoners hebben via de tuin een rechtstreekse toegang vanop straat.

De opbouw vertoont van zuid naar noord een toenemende openbaarheid en toegankelijkheid voor niet-residenten. Aan het plein is die het grootst.  Voor de bewoners is het gevolg, dat ze kunnen kiezen tussen onderscheiden sferen om hun dag door te brengen: in de rust van hun kamer, in kleinere of in grotere groepen, aan een tuin of aan het plein. Voor de bezoekers is het gevolg dat ze op weg naar een kamer geen eindeloze opeenvolging van hetzelfde zien, maar een dwarsdoorsnede van het dagelijkse leven in het WZC.

De tuin van het kinderdagverblijf sluit aan op één van de tuinen van het woonzorgcentrum en is zichtbaar voor buurtbewoners die de cafetaria, de kapper en de therapieruimtes van het wzc bezoeken. Dit zal, hopen we, leiden tot betrokkenheid van ouderen bij de kinderopvang.

 

opdrachtgever: zorgbedrijf OCMW Antwerpen
projectarchitecten: Tine Van de Wiele, David Schelstraete, Els Van Meerbeek
adviseurs: Technum
2006 – 2014