+

De Maagdentoren is een veertiende-eeuwse donjon die deels is ingestort. De restauratie heeft tot doel verder verval te vermijden en de toren in te zetten als uitkijkpunt over het landschap. Integrale restauratie die een historisch beeld van de toren oproept is vrijwel onmogelijk omdat het basismateriaal, Diestiaanse ijzerzandsteen onvoldoende voorradig is. Dit verplicht ons de toestand als ruïne te aanvaarden. Anderzijds is het herstel van de achthoekige en ronde geometrie van het gebouw de meest aangewezen weg om de stabiliteit te verzekeren. Dit gebeurt zonder pastiche, met nieuwe materialen, in een vormgeving die de nieuwe bestemming als uitzichttoren tot leidraad neemt.

De negentiende-eeuwse staldoorgang wordt de hoofdtoegang, wat het elementaire en solitaire karakter van het gebouw respecteert. Vandaar voert een lange metalen trap naar de ingestorte verdiepingsvloer, waar een trappenhuis de gevelbres dicht. De betonnen trapbordessen in de bres completeren de injecteringsschijven in de ruïnemuur, de betonnen kolomschijven nemen de plaats in van ingestorte kruisgewelven. De baksteengrote openingen in het nieuwe metselwerk volgen de nieuwe trappen en laten voldoende licht binnen om de trap veilig te gebruiken en de ruimtes in de ruïne waar te nemen. Toch bewaren ze het massieve, gesloten karakter en roepen ze geen verwarring op met de gereconstrueerde vensteropeningen.

De laatste trapvleugel, naar het plat dak, herbruikt het restant van een in de muur verscholen cilindervormig traptorentje. Nog hoger overhuift een metalen ringvormige kap de afgebrokkelde muren en beschermt ze tegen verdere degradatie. Hij doet dienst als uitkijkpost.
Zo is de ruïne geconsolideerd en het elementaire, archetypische karakter hersteld en voor hedendaags gebruik ontsloten.

opdrachtgever: Vlaams Gewest, Ruimte en Erfgoed
in samenwerking met Studio Roma
2008 – 2016