+

De nieuwe inplanting van het kantoor verdeelt het fabrieksterrein in een productieruimte en een verblijfsruimte. De productieruimte is een betonnen plateau waarop volgens wisselende noodwendig- heden lichte constructies, installaties en vrachtwagens post kunnen vatten. De verblijfszone daarentegen is gekenmerkt door zware, duurzame gebouwen.

Postvattend voor de bedrijfszone vertolkt het kantoor in kostbare en robuuste materialen het archetypische beeld van een fabriek. Het nieuwe kantoorgebouw overziet de bocht van de Dender en is gehuld in zwarte, door kwartskorrels opgelichte betonpanelen die langgerekte raampartijen vrijlaten. Cannelures geleiden de vervuiling en verhullen de verticale voegen, terwijl de horizontale voegen scherpe sneden zijn. Zonwerende luifels zijn aan de panelen aangestort. Deze vleugels, de draperingen van de cannelures, de inzetstukken van groen graniet en de uit het gebouw opverende zaagtanddaken maken het zware gebouw licht.

Het gebouw is compact opgezet, met een brede en een smalle beuk aan weerszijden van een atrium. De compacte geometrie en de vaste zonweringen beperken het energieverbruik. In het atrium echter kan de zon naargelang het seizoen worden geweerd of benut, voor lichtinval en passieve verwarming van de ververste atriumlucht. Het kantoor heeft een dubbele gerichtheid: naar de productieruimte, en naar Denderleeuw. Om hygiƫnische redenen zijn beide ingangen gescheiden, maar ze zijn visueel verbonden door het atrium. Een panoramisch raam aan de zuidkant geeft uit op de productieruimte; een in de gevel geponst gat kadert de sluis van Teralfene, het spoorwegviaduct, en de groeiende voorstad van Louis-Paul Boon.

opdrachtgever: Rendac Belgiƫ
projectarchitect : Anabel Houtekier
2000 – 2006