+

Plaats van handeling: de negentiende-eeuwse gordel, maar de Grote Markt en het station zijn op wandelafstand. Tussen de Zwevegemstraat en de Sint Denijsstraat ligt een uitgestrekt driehoekig îlot. Achter de straatwand vinden allerlei activiteiten een onderkomen: werkplaatsen, magazijnen, tuinen, een dansschool, garages – en daarachter een leegstaande fabriek, waarvan op straat vrijwel alleen de schoorsteen zichtbaar is. Door sloping ervan ontstaat in het binnengebied ruimte. Nieuwe woningen worden gebouwd aan de rand ervan. Paden die vroeger doodliepen worden doorgetrokken, zodat het open midden toegankelijk wordt voor de hele buurt. Elke rand vraagt om een aangepast typologisch antwoord. Maar in de architectuur ligt de klemtoon op eenheid. Op heden zijn twee randen uitgevoerd.

De westelijke rand is een bouwblok samengesteld uit diverse componenten, die soms de volumes van afgebroken gebouwen hernemen, zodat de typologische vindingrijkheid van vroeger niet wordt uitgevlakt. De elektriciteitscabine heeft een erker die bij nacht licht geeft als een lantaren. Daarachter komt een carport met bij de sloping van de fabriek gerecupereerde liggers; het bouwblok wordt verder afgewerkt aan de Sint Denijsstraat.

De lange wand van het grasplein wordt gevormd door een reeks patiowoningen, verwant met begijnhofwoningen: breed, ondiep, met tuinmuren grenzend aan een grasveld. De noordelijke straatwand is opgedeeld door hoge carports die als vlekken zon in de straat verschijnen. De derde rand wordt een torentje dat de confrontatie met de schoorsteen en het 150 meter lange plein aangaat. De hoek aan het viaduct is één van de poorten tot het centrum van Kortrijk. Deze plek wordt tegelijk het sluitstuk van het binnengebied en een merkpunt op stedelijke schaal.

opdrachtgever: C.V. B.A. Zuid-Westvlaamse Sociale Huisvestingsmaatschappij
1990 – 1995