+

De grootste moeilijkheid was dat één van de ontwerpers zelf het huis zou bewonen. Dit riep allerlei vragen en scrupules op over stijl: dat hij zou verhuizen naar een spiegelpaleis dat in lengte van dagen zijn “stijl van de jaren negentig” zou weerkaatsen, was een ondraaglijke gedachte. Dus spanden we ons in om al het kokette, gratuite en geforceerde uit het ontwerp te weren. Zochten we niet het huis-met-geen-stijl?

Dat huis is een logische onmogelijkheid, een paradox – maar dan wel een inspirerende. De woning staat in een achterin gelegen tuin, op een talud, in de nabijheid van een muur waarachter een kloostertuin ligt. De toegang is het hek naar de tuin; voor het overige verloopt het binnenkomen informeel. In huis gaat het licht gestaag zijn gang en brengt kleur op de witte muren. Eén van de bewoners is autistisch. Er is gestreefd naar een grote mate van functionele onbepaaldheid, zonder te kort te doen aan de dwingende logica die autisten nodig hebben.

opdrachtgever: familie De Smet Claus
1992