+

Twee krachten werken in op dit huis. Enerzijds de bijna mythische kwaliteit van de bouwplaats, een boomgaard, verstopt achter andere huizen, met zicht op een windmolen, als een universeel vizioen van landelijkheid. Anderzijds een bouwvoorschrift, dat deze landelijkheid tot een vast sjabloon wil reduceren. Het tegengewicht hiervoor moest de vaagheid zijn van de persoonlijke herinnering aan landhuizen waar het goed wonen was. Dit voerde tot een huis dat onnadrukkelijk zijn frontaliteit beleeft, compact en toch ontspannen is, samengesteld en toch beknopt. Het spiraalvormige plan verheft zich traag en behaaglijk boven het maaiveld. Het biedt zowel besloten kamers als verre doorzichten die deze samenrijgen.

opdrachtgever: familie Braeckman-Staels
1996-2000