+

Dragende constructies moeten geĆÆsoleerd worden en verdwijnen uit het straatbeeld. Voor een buurt als deze, waar bescheiden loodsen tussen de gepleisterde huizen stonden, is dat een verlies. Voor deze atelierwoning maakt de keuze voor grote overspanningen tussen gemene muren dragende gevels mogelijk. Thermisch losgesneden van de vloeren draagt de gevel alleen zichzelf, wat gezien de grote openingen geen banale taak is. Steense muren, betonbalken en stalen kolommen worden hiervoor ingezet.

Vides tussen gevels en vloer onderstrepen hun onafhankelijkheid en worden gebruikt als lichtname en als trapgat. Zonwering en regenpijp, een horizontale en een verticale lijn, en raamkaders die beweeglijkheid uitdrukken vervolledigen de tectonische compositie. Voor de ruime blikken op het interieur of op de tuinen achteraan werken de regenpijp, de trap en andere bijzonderheden als coulissen. Het kwam erop aan de grote ruimtes te differentiƫren zonder ze op te delen. Hun relatie met tuin, straat en daklandschap zet daarbij de toon.

opdrachtgever: De Smet Vermeulen architecten bvba
projectarchitect: Petra Decouttere
2001 – 2005